We bekijken de meetkunde en werking van de plagiograaf (scheve pantograaf) en de pantograaf — klassieke tekenmechanismen gebaseerd op de theorie van gelijkvormige driehoeken. Vertrekkend vanuit twee gelijkvormige driehoeken met een gemeenschappelijk punt worden via parallellogrammen nieuwe punten geconstrueerd, wat leidt tot de hoofdstelling dat de plagiograaf een getraceerde figuur afbeeldt op een gelijkvormige kopie die met een vaste factor is vergroot en over een vaste hoek is gedraaid. Vervolgens wordt dit principe gekoppeld aan het vierstangenmechanisme, wat uitmondt in de stelling van Tchebychev en Roberts: als twee draaipunten van het uitgebreide mechanisme vast blijven, blijft ook een derde afgeleid punt vast.